Cursus Leden

view

Courses

  • Module 3 – Schrijven
    • 3.2 Informatie verzamelen
    • 3.3 Feiten 
    • 3.4 Creatief proces
    • 3.5 Structuur
    • 3.6 Werkelijke schrijven
    • 3.7 Humor
    • 3.8 Waarom is lachen belangrijk?
    • 3.9 Verwachtingspatroon
    • 3.10 De hier en nu grappen
    • 3.11 Een grap schrijven
    • 3.12 Set-up
    • 3.13 De ‘punchline’
    • 3.14 Praktijk voorbeeld
    • 3.15 Schrijf positief
    • 3.16 Wees geloofwaardig 
    • 3.17 Storytelling
    • 3.18 Leren van mooie verhalen
    • 3.19 Stijlfiguren
    • 3.20 Metafoor
    • 3.21 Overdrijving
    • 3.22 Understatement
    • 3.23 Ironie
    • 3.24 Zelf-medelij
    • 3.25 Spelen met woorden
    • 3.26 Call back
    • 3.27 Stock lines
    • 3.28 Publiek misleiden
  • Module 5 – Laatste Check
    • 5.2 Een uitgelicht podium
    • 5.3 Zaal Setting
    • 5.4 Grote of kleine zaal
    • 5.5 Muziek
    • 5.6 Technische Doorloop
    • 5.7 Microfoon
    • 5.8 Lichaamstaal
    • 5.9 Gezichtsuitdrukking
    • 5.10 Kleding
    • 5.11 De zaal lezen
  • Module 6 – Showtime
    • 6.2 Overtuigen
    • 6.3 Rituelen
    • 6.4 Interactie
    • 6.5 De zaal in
    • 6.6 Benoemen van omstandigheden
    • 6.7 Stem gebruik
    • 6.8 Intonatie
    • 6.9 Stopwoorden
    • 6.10 Volume van je stem
    • 6.11 Articulatie
    • 6.12 Tempo
    • 6.13 Energie uit de zaal
    • 6.14 Improviseren
    • 6.15 Tijd
    • 6.16 Vragen en afsluiting
    • 6.17 Ben je klaar nu?